Mijn telescoop: een 70 mm Ranger (Televue)

Tweeten
De voorgeschiedenis

Iedereen wil natuurlijk een grote telescoop. Maar grote kijkers zijn niet noodzakelijk de beste kijkers voor het beoefenen van je hobby. Ik heb het geluk gehad om met kleine telescopen te mogen beginnen. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd... Eerst was er dus een kleine 50 mm-lenzenkijker op tafelstatief, die ik in bruikleen kreeg van mijn "sterrenoom" Herman Danhieux.


Tot dan toe had ik vertwijfeld geŽxperimenteerd met vergrootglazen en oculairs van het zevende knoopsgat, net goed genoeg om de zeeŽn van de maan wat beter zichtbaar te maken. Dan is zo'n kleine telescoop natuurlijk een enorme sprong voorwaarts. Met dit instrument heb ik in 1972 voor het eerst de kraters van de maan en de ringen van de planeet Saturnus gezien. Wonderbaarlijke beelden waren het.


En dan ging het snel. Een 60 mm-lenzenkijker, een 76 mm-lenzenkijker op parallactische montering, vervolgens de beroemde 115 mm-Newton, dan (op kot) een 60 mm-refractor van het merk Polarex, een 90 mm-Maksutov van Celestron, en een deels zelfgemaakte 90 mm-lenzenkijker met korte brandpuntsafstand. Stuk voor stuk interessante telescopen. Vooral de 60 mm Polarex presteerde erg goed, zeker in combinatie met Clavť-oculairen. Let wel: het was telkens kopen en verkopen, want telescopen waren in die tijden dure dingen.


In 1985 verplichtte een hardnekkige hernia me om het over een andere boeg te gooien. Tot dan had ik me 200 % gegeven voor de astronomie (o.a. memorabele waarnemingsnachten aan de grote Kutter-telescoop op volkssterrenwacht MIRA). Dat ging nu niet meer: ik kan als gevolg van de hernia nl. niet meer langdurig naar boven kijken. Het was in die tijd een vreselijk lot voor iemand die van sterren bezeten is. Maar niks aan te doen, en dus werd de laatste telescoop verkocht.


Opnieuw en opnieuw

Natuurlijk kruipt het bloed waar het niet gaan kan. De advertenties in het tijdschrift Sky&Telescope en de Dobson-rage lieten me niet onberoerd. En dus kwam er uiteindelijk een heuse grote telescoop: een 20 cm-Dobson van Meade. Dankzij de optische tovenaars van MIRA werd de telescoop perfect uitgelijnd. Het resultaat was een zeer goede kijker voor een schappelijke prijs, waarmee ik "in mijn jonge jaren" wellicht massaal veel waarnemingen van veranderlijke sterren zou hebben gedaan.


Maar in de gegeven omstandigheden was de telescoop te groot. Zo'n spiegelkijker moet namelijk voldoende afkoelen om detailrijke beelden van maan en planeten te geven. En die tijd heb ik niet (meer). Voor de snelle hap (een planeetje meepikken, een sterrenhoop, en dan gaan slapen) heb je een kleine, supertransportabele sterrenkijker nodig. Lange tijd achter het oculair doorbrengen kan ik niet meer, en bovendien is zo'n Dobson te groot om makkelijk te verplaatsen. Zeker met een hernia...


En dus verkocht ik met spijt in het hart (en pijn in de nek) de 20 cm. Nog was ik niet geleerd... ik heb daarna een tijdje geŽxperimenteerd met een loodzware 20 cm-Goto-reflector van Celestron: een gewicht als een olifant en dus totaal niet verplaatsbaar.


Lenzenliefde

Ik heb altijd al een zwak gehad voor refractoren (lenzenkijkers). Het zijn telescopen die tegen een stootje kunnen, die zich makkelijk aanpassen aan de omgevingstemperatuur en die niet gehinderd worden door de centrale obstructie van een Newton of een catadioptisch systeem.


Vroeger waren grote lenzenkijkers absoluut onbetaalbaar ťn onhandelbaar. Nieuwe optische technieken hebben gezorgd voor exotische lenssoorten met relatief korte brandpuntsafstanden. De zgn. apochromaten (met drie lenzen) en kijkers met speciale glassoorten kenden de laatste jaren een steile opgang. Ook de prijs is natuurlijk niet mis... tot ik de advertentie van de kleine Ranger-telescoop van het Amerikaanse merk Televue onder ogen kreeg. Het was liefde op het eerste zicht.


Stel je voor: je krijgt een 70 mm-lenzenkijker met superieure kleurcorrectie in een zeer stevige behuizing. Het instrument voelt erg stevig aan: hier is duidelijk aan gewerkt. De focuseerinrichting is van het helicale type: je stelt scherp zoals bij een telelens. Dat verloopt erg degelijk, en je kan met een extra interne tubus scherpstellen tot op minder dan 3 meter.


De telescoop moet via schroefdraad gemonteerd worden op een foto-statief. Zelf werk ik met een uiterst stevig Gitzo-statief. En geloof me vrij, de kwaliteit van het statief is minstens even belangrijk als dat van de kijker. Dat had ik voor het eerst gemerkt bij wijlen de 60 mm-refractor van Polarex. De ketting is zo sterk als de zwakste schakel.


De kijker naderbij bekeken

De Ranger heeft een brandpuntsafstand van 480 mm. Een supertransportabele kijker dus: ongeveer 2 kg puur kijkplezier, in een wip opgesteld voor een vluggertje Venus of Saturnus. Want geef toe: dikwijls lonkt de sterrenhemel, maar heb je niet veel tijd om je supertelescoop in stelling te brengen. In dat geval is een compacte maar volwaardige telescoop een heerlijk alternatief. De Ranger is niet goedkoop: de kijker tezamen met een prima 20 mm-PlŲssl oculair betaalde ik in het jaar 2000 in BelgiŽ pakweg 30.000 BEF, zo'n 750 euro. Maar mijns inziens is de telescoop die prijs waard.


De prestaties

Gewapend met een 32 mm-oculair bekom je een vergroting van 15x en een beeldveld van meer dan 3 graden. Een zoeker heb je dus niet nodig om een object op te zoeken. Gewoon richten, en je kan kijken. Dat kijken is puur plezier: de sterren zijn gestoken scherp, bijna tot aan de rand.


Met dit oculair is het heerlijk om rond te dwalen in het sterrenbeeld Zwaan of in de Voerman. Laat de sterrenhopen, de kometen en de neveltjes maar komen! Een 7 mm-Nagler levert een vergroting van 68x en een beeldveld van meer dan 1 graad. De beelden zijn ook dan nog erg contrastrijk. Een maansikkel met asgrauw schijnsel en aan de rand een sterretje dat op het punt staat bedekt te worden... het is een grandioos schouwspel. Ik heb vroeger met grotere telescopen niet zo'n sterke kijk-ervaring mogen beleven. Het is verbazend vast te stellen dat er zoveel power in zo'n klein, handig kijkertje steekt.


Een vergroting van 68x is nog niet voldoende om de planeten goed waar te nemen. In de literatuur wordt vermeld dat de Ranger een vergroting tot 200 keer aankan. Dat leek me redelijk straf. Een 2,5 mm-oculair (Vixen, met handige inkijk ook voor brildragers) moest het antwoord brengen. Een vergroting van 192x met een 70 mm-kijker ... het is een gewaagde onderneming. Meestal wordt gesteld dat bij vergrotingen van meer dan 2 maal de objectiefdiameter in mm het beeld helemaal vertroebelt. Hoe zou de Ranger presteren?


Het antwoord is gemengd. De telescoop kan de vergroting aan, zoveel is duidelijk. Ik kon nog steeds het beeld echt scherpstellen. Bij momenten van goede seeing is de wolkenpracht van Jupiter overweldigend. De maan afschuimen met een vergroting van 192x is een waar genot, dat wel erg snel voorbijglijdt. In feite heb je dan echt wel een parallactische montering met motoraandrijving nodig. Voorts is bij 192x duidelijk een kleurenzweem merkbaar, een groene of purperen waas die de waarnemingen gelukkig niet hindert.


En overdag?

De Ranger is ook bij daglicht een heerlijk instrument. Gewapend met een vergroting van 15x kan je de natuur tot in de details bestuderen. Pimpelmezen, kikkers, bloemetjes, bijtjes, konijnen: ik heb de voorbije jaren een nieuwe wereld ontdekt. De telescoop staat voortdurend in stand-by in de eetkamer. De zon projecteren op de muur is gegarandeerd een succes bij de huisgenoten. Als we op uitstap gaan, gaat de telescoop mee. Snel, altijd beschikbaar en van een uitstekende kwaliteit.


De Ranger is bovendien een heerlijke telelens op de reflex-camera: tijdens de gedeeltelijke zonsverduistering maakte ik knappe foto's. Ik heb een eenvoudig tussenstukje met aan de ene kant een 1,25 inch-vatting en aan de andere kant een Canon-bajonetvatting.


Eindbeoordeling

Natuurlijk is geen enkele telescoop ideaal. De Ranger was heel prijzig. Voor 650 euro koop je anno 2016 een Dobson van 254 mm. Een parallactisch opgestelde grote 120 mm-refractor kost zo'n 800 euro. Een handige GoTo telescoop vind je vanaf ongeveer 500 euro. Maar als ik uitreken hoe vaak ik als tussendoortje mijn Ranger heb gebruikt, was het voor mij indertijd een ideale investering.


Natuurlijk staat de tijd niet stil. Tegenwoordig vind je soortgelijke kleine hoogwaardige lenzenkijkers met een nog iets grotere lenzendiameter (80 of zelfs 100 mm) voor een vergelijkbare prijs.



Terug naar het vorige menu

Statistieken:
Online: 7
Vandaag: 134
Laatste week: 10.472
Pagina's: 25.038.498
sinds 15 aug 2010