(28 december 2006)
2006 11,35
1989 11,258
2002 11,233
1990 11,208
2000 11,183
2003 11,158
1999 11,133
1994 11,108
1995 11,083
1997 11,058
2001 11,033
2005 11,025
2004 11,008
Het jaar 2006 wordt voor Ukkel het warmste jaar sinds het begin van de waarnemingen in 1833. Het record is des te opmerkelijker omdat de winter van 2006 wat kouder was dan een gemiddelde winter. De lente scoorde ook niet bijster hoog. Maar juli 2006 was de warmste maand ooit. En ook de herfst van 2006 verliep recordwarm. En daarvan zien we nu nog de gevolgen in de natuur.

De klimaatfilm van Al Gore kon voor België op geen beter moment uitkomen...

Wereldwijd haalt 2006 voorlopig de zesde plaats. Het warmste jaar voor de planeet aarde was 1998. Daarna komen 2005, 2002, 2003, 2004 en nu dus 2006. In vergelijking met de periode 1961-1990 was de aarde in 2006 ongeveer 0,42 graden warmer. In het topjaar 1998 was de aarde 0,52 graden warmer.

Op zich is een warm jaar voor België, voor Europa of voor de wereld geen bewijs van het versterkte (menselijke) broeikaseffect. Maar 2006 staat dus niet alleen. We zien duidelijk dat de laatste jaren gemiddeld gesproken allemaal warm tot zeer warm waren. En dat is geen toeval.

Hoe komt het dat zelfs voor de aarde de stijging niet continu gaat? Naast de menselijke factor zijn er ook een heleboel natuurlijke factoren die de wereldtemperatuur beïnvloeden: vulkaanuitbarstingen, verhoogde zonneactiviteit, ...

Ook een effect als El Niño weegt op de jaarlijkse wereldtemperatuur.

De kans dat 2007 ook een warm jaar wordt, is dus groot. Tenzij een grote vulkaanuitbarsting à la Pinatubo (letterlijk) roet in het eten komt gooien.



(2 november 2006) Na de superzachte maanden september en oktober is het duidelijk dat de weerkundige herfst in zijn geheel zeker ook niet slecht zal scoren in de tabellen. Het kan natuurlijk nog alle kanten op met de maand november. Maar zelfs als we qua temperatuur een "normale" november krijgen (met een gemiddelde temperatuur van 6,1 graden), dan nog zal de herfst 2006 het record van warmste herfst ooit moeiteloos halen. En het vorige record van warmste herfst ooit dateert van 2005.

Het hele jaar 2006 wordt trouwens ook weer een warm jaar. Als november en december temperatuurgewijs normaal scoren, bereken ik een gemiddelde jaartemperatuur van 10,9 graden. Dan vallen we net uit de top tien van warmste jaren ooit, vooral omdat de eerste drie maanden van het jaar nogal koud waren. Maar als november en december 2006 zeer zacht zouden verlopen (telkens zo'n 2,5 graden boven het gemiddelde), dan evenaren we het jaarrecord van 1989.

Let wel: dit is pure statistiek. Er is nog niks gebeurd. November en december kunnen nog alle kanten uit. Of, om het met een spreuk van één van mijn leraren wiskunde te zeggen: "Als ons kat een koe was, kon je ze melken onder de stoof".


(24 augustus 2006)

aug 1912 104 uur
aug 1963 107 uur
aug 1968 122 uur
aug 1896 132 uur
aug 1931 132 uur


Na de ongelooflijke maand juli 2006 is ook augustus 2006 op weg naar recordwaarden. Maar in tegenstelling tot wat velen dachten, is augustus geen voortzetting geworden van het zonnige zomerweer. Het contrast met de maand juli is fenomenaal.

In Ukkel heeft de zon tot nu toe minder dan 70 uur geschenen. Vergelijk dat in het tabelletje hiernaast met de somberste augustusmaanden ooit (sinds het begin van de zonneschijnduurmetingen in 1887). De kans is reëel dat augustus 2006 de klimatologische geschiedenis ingaat als somberste augustusmaand ooit. Na de zonnige maand juni en de superzonnige maand juli is dat een afknapper van formaat. Mensen die in augustus 2006 met vakantie gingen, hebben het geweten...


aug 1996 231 mm
aug 1850 197 mm
aug 1992 181 mm
aug 2002 172 mm
aug 2006 170 mm
aug 1912 163 mm
Ook de neerslaghoeveelheid is erg groot. Hiernaast vind je een tabel met de natste augustusmaanden ooit. Augustus 2006 prijkt voorlopig op de vijfde plaats. Voorlopig, want ondertussen heeft de Ukkelse pluviometer al weer nieuwe regen moeten slikken.

Het record van 1996 is niet alleen een maandrecord voor augustus, het is ook de natste maand ooit sinds het begin van de waarnemingen in 1833. Het is op dit ogenblik nog onzeker of dat record zal sneuvelen. Maar dat er deze maand ongelooflijk veel water is gevallen, staat als een paal boven water.

Augustus 2006 zal qua temperatuur net onder het gemiddelde scoren. In vergelijking met de topmaand juli 2006 verliezen we ongeveer 6 graden.

De weerkundige zomer in zijn geheel (juni, juli en augustus) zal uiteindelijk geen records opleveren. Voorlopige berekeningen geven aan dat de zomer 2006 zal stranden op de derde of vierde plaats van warmste zomers ooit. De warmste zomer ooit blijft die van 2003, gevolgd door die van 1976. De strijd om de derde plaats wordt gevoerd met de zomer van 1947.



(22 augustus 2006) Het internet is natuurlijk een ongelooflijke informatiebron, maar je moet toch altijd voorzichtig zijn. Op het internet circuleren immers ook heel wat valse geruchten en foute berichten. Zo'n cowboyverhaal noemt men een hoax. Het is niet alleen slechte informatie, het vreet bovendien een heleboel bandbreedte weg en in het slechtste geval krijg je er nog een lelijk virus bovenop.

Dezer dagen circuleert volop de Mars-hoax. De planeet Mars zou eind augustus ongelooflijk dicht bij de aarde staan en schijnbaar zo groot en helder zijn als de volle maan. Als je goed nadenkt, weet je dat dit niet kan. Maar een heleboel mensen trappen toch in de val. Ik moet ze teleurstellen. Mars was op 27 augustus 2003 inderdaad erg helder en stond toen "dichtbij" de aarde ( een slordige 56.000.000 km). Het bericht dat nu circuleert; suggereert dat eind augustus 2006 de planeet Mars de aarde nadert. En dat is dus niet het geval.

Ook eind augustus 2005 circuleerde de Mars-hoax. En ik durf nu al voorspellen dat we in augustus 2007 een www-aanval van Mars-gekte zullen krijgen.

In de Hemelkalender 2006 kan je lezen dat Mars eind augustus 2006 zo'n 380.000.000 km van de aarde staat. Vanuit de aarde gezien is dat ongeveer aan de "andere" kant van de zon. Mars is dezer dagen dus NIET zichtbaar. Punt, amen en uit.

Meer informatie:
http://science.nasa.gov/headlines/y2005/07jul_marshoax.htm
http://skytonight.com/news/home/3523496.html




(14 augustus 2006) Wat een verschil met juli 2006! Na de recordwarme maand is het nu tijd voor de ontnuchtering. Tijdens de eerste twee weken van augustus viel er in Ukkel al 113 mm neerslag, meer dan in de maanden juni en juli 2006 samen. Augustus 2006 wordt dus een erg natte maand. Maar voor het record van natste augustusmaand ooit is het nog veel te vroeg. Dat staat op naam van augustus 1996 met 231,2 mm.



(21 juli 2006) De hittegolf die in het centrum van het land is begonnen op zaterdag 15 juli heeft alles in zich om uit te groeien tot een hele grote. De vergelijking met de gigantische hittegolf van juni-juli 1976 ligt voor de hand.

Het is nu zeker dat het temperatuurrecord van de maand juli voor de bijl gaat. Dat record stond op naam van juli 1994, met een gemiddelde maximumtemperatuur van 26,7 graden, een gemiddelde temperatuur van 21,8 graden en een gemiddelde minimumtemperatuur van 16,4 graden. Vooral de gemiddelde maximumtemperatuur van juli 2006 zal enorm hoog zijn.

Ondertussen heeft Kiev zijn zomerprognose helemaal bijgesteld. Ze hadden een vrij warme en erg natte zomer voorspeld, nu wordt het plots een uiterst hete zomer met een hoge vochtigheidsgraad. Tja, zo kan ik het ook natuurlijk. Lees verder en oordeel zelf ;-)



(12 juni 2006) Net nu verschijnt een zomerprognose van de universiteit van Kiev, "één van de meest gereputeerde instellingen ter wereld op het gebied van langetermijnvoorspellingen", dixit de media.

"Voor de periode van 15 juni tot 15 juli voorspellen ze gemiddeld 23 graden, twee graden meer dan normaal, en 20 procent meer regen. Ook voor 15 juli tot 15 augustus voorspellen ze 23 graden, één meer dan het normale gemiddelde, en toch ook weer iets meer regen, 15 procent. Tot half september volgt dan een periode met gemiddeld 22 graden (normaal: 20,5), maar dan dreigt zelfs een kwart meer neerslag te vallen dan in een gemiddeld jaar."

Op zich is er niets buitengewoons aan het voorspellen van een zwoele en natte zomer. Wie de statistieken een beetje kent, weet dat sinds 1987 het kwik hoog scoort. Daar is zelfs een term voor bedacht: het (menselijk) broeikaseffect.

Maar in bovenstaande prognose wordt een loopje genomen met de waarheid. Zo bedraagt de gemiddelde temperatuur in juli in Ukkel 17,1°C. Met een gemiddelde van 23 graden zit je daar geen twee maar wel zes graden boven. Waarschijnlijk wordt met die 23 graden een soort Europees gemiddelde bedoeld. Maar dat hoeft daarom niet van toepassing te zijn op een klein gebied als België. Het is in elk geval zo dat er nooit een zomer is geweest waarvoor in Ukkel de gemiddelde temperatuur 20 graden bedroeg, laat staan 23 graden...

Vorig jaar ging de "gereputeerde instelling" helemaal in de fout. In een krantenartikel van 25 juni 2005 werd beweerd dat de zomer van 2005 nog heter zou worden dan die van 2003. Vooral de periode tussen 15 juli en 15 augustus 2005 zou superheet worden. Niks van aan dus. De eerste tien dagen van augustus 2005 waren in werkelijkheid zelfs meer dan 2 graden frisser dan het gemiddelde. De zomer van 2005 scoorde in totaal twee graden lager dan die van 2003.

Was de voorspelling van Kiev in 2004 beter? Helemaal niet. Kiev berekende een droge maand juli 2004. In werkelijkheid was juli 2004 in Ukkel erg nat. Juli zou volgens onze gereputeerde instelling twee graden warmer zijn dan normaal. Klopt absoluut niet, in juli 2004 deed het kwik niks spectaculairs.

Op zich allemaal niks ergs. In de nieuwsflash hieronder lees je waarom langetermijnvoorspellen erg moeilijk is, om het voorzichtig uit te drukken. Met toeval, teerlingen en een beetje kennis van de klimatologie kan je zelf ook weerprofeet spelen en af en toe scoren met een goede prognose. Maar wat mij tegen de borst stuit, is het feit dat zowel in 2005 als nu ook in 2006 in de krantenartikels wordt verwezen naar de goede resultaten die Kiev de voorbije jaren boekte. Dat is dus niet juist.




(9 juni 2006) Wordt het een hete zomer? (dit artikel schreef ik op 8 juni 2006 voor de krant "De Morgen")

Vroeger was het eenvoudig. Armand Pien wist wat voor weer het de volgende dag zou worden. En als zijn voorspelling niet klopte, kon je nog altijd enkele weerspreuken bovenhalen en zelf weerman spelen. Het weer deed uiteindelijk zijn eigen zin, en iedereen schikte zich er naar.

Vandaag is dat helemaal anders. Bij de eerste schuchtere zonnestralen van de lente wil iedereen onmiddellijk weten wat voor zomer we gaan krijgen. En aangezien de vraag erg groot is, zijn er elk jaar dan ook een heleboel seizoensprognoses, soms heel algemeen, soms ook heel gedetailleerd. Het werk van weerprofeten? Of kan je wel degelijk een seizoen voorspellen?

Seizoensverwachtingen zijn in feite niets anders dan een heleboel weerberichten die worden samengevoegd. Met de huidige supercomputers kan je de toestand van de atmosfeer uitrekenen voor morgen, voor overmorgen, voor de volgende week, ja zelfs voor de volgende maanden. Het ziet er allemaal griezelig perfect uit, met heel kleurrijke kaartjes en digitale perfectie, maar natuurlijk zijn er grenzen. We merken dat heel kleine onzekerheden in het weer na pakweg een week dikwijls uitmonden in weersituaties die compleet fout zijn. Chaos is al helemaal troef na twee weken. Twee simulaties met verschillende computermodellen leveren voor de volgende dag meestal een heel gelijklopende weerprognose. Maar na een week is de onzekerheid zo groot geworden dat de ene weercomputer je een gigantische storm voorspelt, terwijl je volgens de andere de hele nacht terrasjes kan doen.

Het is dus geen goed idee om een computer op een dag individueel te laten doorrekenen hoe de zomer er moet uitzien. Maar we zijn slim. En dus laten we gedurende veertien dagen die computer de toestand van de atmosfeer becijferen voor het volgende seizoen. Bedoeling is om na te gaan of er geen algemene trend zit in al de gegevens die we op die manier bekomen. Stel dat we de hele maand mei elke dag opnieuw de computer hebben laten doorrekenen hoe het weer er zal uitzien in juni, juli en augustus, dan kan dat misschien interessante resultaten opleveren. Als alle prognoses wijzen in de richting van een warme en droge zomer, dan is dat misschien wel zo.

En dus zijn we de voorbije jaren bedolven onder allerlei voorspellingen gedaan met supercomputers en geavanceerde weermodellen die rekening hielden met oceaantemperaturen, luchtstromingen op grote hoogte, ... Het resultaat? Veel kaf, weinig koren. Elk jaar was er wel een professor die met zijn prognose de nagel op de kop sloeg. Maar elk jaar was het een ander computermodel dat de juiste seizoensvoorspelling deed. Elk jaar verscheen een andere geleerde op televisie om zijn grote gelijk uit te schreeuwen. Vergelijk het met de lotto. Er is altijd iemand die wint, maar het is altijd iemand anders.

Bovendien moet je erg voorzichtig zijn met het interpreteren van seizoenvoorspellingen. Stel dat het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts voor Europa een warme en natte zomer verwacht. Op het eerste zicht lijkt dat belangrijk nieuws en het zal dan ook zeker de media halen. Maar wat is de waarde van zo'n bericht? De warme Europese zomer geldt immers voor een grote regio, van Dublin tot Ankara, van Helsinki tot Sevilla. De computer doet een uitspraak voor dit hele gebied. Probleem is dat we niet weten of de grote hitte zich zal concentreren in de Balkan, in de Lage Landen, in het noorden van Scandinavië of in Spanje. Het is dus best mogelijk dat op het eind van het seizoen de Europese zomerprognose juist was, maar dat we daar in Vlaanderen niets hebben van gemerkt.

Een voorbeeld. Eind vorig jaar waren er alarmerende berichten over de Siberische winter die hier zou toeslaan. Sommigen maakten zelfs al vergelijkingen met de gruwelijk koude februarimaand van 1956, toen de gemiddelde temperatuur in Ukkel MIN 6 graden bedroeg en het economisch leven grotendeels stilviel. En kijk, de winter haalde inderdaad fors uit in Oost-Europa, met honderden vriesdoden en spectaculaire tv-beelden. Zelfs in België lag de gemiddelde wintertemperatuur iets onder de normale waarde. Maar ik denk niet dat je de winter van 2005/2006 kon vergelijken met die van 1962/1963...

Dat is dan ook het nadeel van een seizoensvoorspelling: ze is erg algemeen, zowel in tijd als in plaats. Het kan best zijn dat de statistiek het bij het rechte eind heeft. Maar als individuele weergebruiker ben je met een seizoensvoorspelling echt niet veel. En dat geldt zeker voor prognoses die zomerse neerslaghoeveelheden voorspellen. In de zomermaanden valt de neerslag meestal in de vorm van buien: op bepaalde plaatsen regent het pijpenstelen, terwijl elders er geen wolkje aan de lucht is. Eén welgemikt onweer kan het verschil maken tussen een droge en een natte zomer. Je hebt het ongetwijfeld zelf ook al meegemaakt: een heerlijke zomerse zonovergoten dag, en 's avonds zie je in het journaal beelden van ellendige wateroverlast en grote hagelstenen. Zomer in België.

Toch krijgen weermensen elk jaar opnieuw de vraag "wat voor zomer we nu gaan krijgen". Als we dan heel voorzichtig aangeven dat je daar in feite geen antwoord op kan geven, volgt er hoongelach en ongeloof. Was er niet die Duitser die vorig jaar had gezegd dat het een warme zomer zou worden? Waarvoor hebben jullie dan al die computers? Wat hangen die satellieten daar boven dan te doen?

Ik denk dat hier wat nederigheid op zijn plaats is. Natuurlijk maakt de wetenschap vorderingen. Ja, we kunnen nu beter dan pakweg twintig jaar geleden een weersverandering aankondigen. Ja, we kunnen (vooral voor de tropen) soms heel algemene prognoses maken voor enkele maanden. Maar tegelijk besef ik maar al te goed dat we nog een hele weg moeten afleggen. De natuur blijft altijd verbazen. Weersystemen zijn zo ongelooflijk complex dat zelfs de krachtigste computers tilt slaan. Persoonlijk ben ik al blij als we in een stabiele situatie het Belgische weer zo'n tien dagen vooraf kunnen inschatten. Verder kijken in de toekomst is nog niet voor (de) morgen.



(30 mei 2006) Iedereen klaagt over de voorbije maand mei, maar de cijfers van de klimatologie zeggen toch iets anders. We zijn namelijk vergeten dat de eerste helft van mei ontzettend warm is geweest. Zelfs met de koude van de laatste dagen zal mei 2006 in de weergeschiedenis verdwijnen als een warme maand. Is dit het wetenschappelijke bewijs dat mensen meer klagen dan vroeger?

Toegegeven, de andere weerelementen van mei 2006 waren minder rooskleurig. Het heeft veel geregend, al is de regenhoeveelheid (door de buien) zeer ongelijk verdeeld over het land. De zon scheen minder vaak dan tijdens een normale meimaand. Het aantal dagen met onweer was bijna dubbel zo groot als gewoonlijk. In mei 2006 heeft het ook wat harder gewaaid dan op een gemiddelde meimaand.



(4 mei 2006) Interessant artikel in Nature, waarin gesteld wordt dat de ozonconcentraties in de hogere atmosfeerlagen ook belangrijke natuurlijke fluctuaties vertonen. Elisabeth Weatherhead van de Universiteit van Boulder en Signe Bech Andersen van het Deens Meteorologisch Instituut wijzen op het belang van de zonneactiviteit en van vulkaanuitbarstingen.



Het ozongat boven Antarctica werd rond 1975 ontdekt door drie geologen van de British Antarctic Survey. Men weet niet of er tevoren al een ozongat was. Met het Protocol van Montreal hebben alle landen in 1987 paal en perk gesteld aan de aanmaak van CFKs (chloorfluorkoolwaterstoffen), gassen die de ozonlaag aantasten. Bron: http://www.nature.com/nature/journal/v441/n7089/abs/nature04746.html



(14 maart 2006) De nachtelijke winterkou van de laatste dagen was toch wel uitzonderlijk. In de vroege ochtend van 13 maart ging het kwik naar MIN 5 in Koksijde en Melle, MIN 6 in Deurne, Zaventem en Ukkel, MIN 9 in Brasschaat en Kleine Brogel, zelfs MIN 17 in Elsenborn.

Zijn dit recordwaarden? Dat is moeilijk te zeggen. Je kan de maart-records van begin maart immers niet vergelijken met de temperaturen van midden maart. Elke dag schijnt de zon immers langer en komt ze hoger aan de hemel. Tussen 1 en 13 maart zit er op die manier een verschil van 47 minuten zonlicht. Je kan geen appelen met citroenen vergelijken.

Bovendien zijn temperatuurmetingen erg lokaal. Het is perfect mogelijk dat er in twee thermometerhutten op 10 meter van mekaar een temperatuurverschil van meer dan 1 graad is.

En tenslotte veranderen ook de omgevingsfactoren enorm. Als in de omgeving van een thermometerhut gebouwd wordt, of er sneuvelt een bomenrij, dan heeft dat een duidelijke invloed op de temperatuur.

Daarom is het vrijwel onmogelijk om temperatuurgegevens snel met mekaar te vergelijken. Het opmaken van een top drie van de laagste minima ooit in maart is daarom een hachelijke zaak. Beter lijkt het me om het algemeen te houden, en te zeggen dat er op 13 maart 2006 uitzonderlijk lage temperaturen werden genoteerd, die behoren bij de laagste ooit voor deze tijd van het jaar.




(1 maart 2006) Januari 2006 was een uiterst zonnige maand (97 uur zonneschijn, iets wat maar elke 30 jaar voorkomt), maar in februari kregen we de rekening gepresenteerd. De zon scheen net geen 30 uur, een record.

Normaal hebben we in februari recht op 73 uur zonneschijn. Het vorige record dateert van februari 1966 en februari 1923, 35 uur op een hele maand.

Voorts is het opvallend dat na januari nu ook februari iets te koud uitviel. De weerkundige winter in zijn geheel was daardoor ook aan de koude kant. Na alle zachte winters van de voorbije jaren is dat toch wel even wennen.




(29 januari 2006) Sinds enkele dagen is de lucht sterk vervuild met fijne stofdeeltjes. Die fijne stofdeeltjes (kleiner dan een honderdste van een millimeter) komen uit Duitsland en Oost-Europa en worden met een oostelijke luchtstroming naar onze streken gebracht. Ook wij produceren met onze auto's, fabrieken en klassieke energiecentrales heel wat stofdeeltjes.

De fijne stofdeeltjes zitten gevangen onder een inversie, een bel koude lucht die als het ware aan de grond plakt en die heel stabiel is. In de Ardennen worden dezer dagen hogere temperaturen gemeten dan in Vlaanderen. Zolang de inversie stand houdt, is de kwaliteit van de lucht dus slecht. Buiten maar ook binnen, er is niks aan te doen.

Tenzij... we minder de auto gebruiken, niet zo snel rijden, minder hard optrekken met de auto, de verwarmingsinstallatie laten nakijken, minder warm stoken, enz. Die maatregelen kunnen helpen, indien ze het hele jaar door worden toegepast in heel Europa, en beter nog, in de hele wereld. Meer info: http://www.ircel.be en bij http://www.vmm.be

Inversies en dus ook wintersmog komen elk jaar voor. Van 1990 tot 2005 telde ik 15 dergelijke periodes. Ook vroeger was er wintersmog. Waarschijnlijk nog veel erger dan nu, maar we hadden er geen metingen van, en vanuit de media was er veel minder belangstelling voor het fenomeen. In december 1930 was er in het Waalse Seraing een verschrikkelijke wintersmog die 60 mensenlevens eiste. Sindsdien is de situatie lokaal fel verbeterd, maar omdat het weer geen grenzen heeft, worden nu geconfronteerd met vervuiling vanuit heel Europa, ja zelfs vanuit de hele wereld.


(19 januari 2006) Een mini-ozongat boven België? Het was even wereldnieuws in Vlaanderen. In de stratosfeer (op een hoogte van pakweg 20 km) werd een temperatuur gemeten van ongeveer MIN 85 graden Celsius. Bij zo'n lage temperaturen is er op die hoogte veel minder ozon aanwezig. Die ozonlaag werkt als een filter, die de gevaarlijke UV-stralen van de zon tegenhoudt. Maar er is geen reden tot bezorgdheid. De UV-index is in de wintermaanden erg laag, ook al omdat de zon dicht bij de horizon blijft. 's Winters wordt er in België niet meteen veel gezonnebaad. En deze tijd van het jaar is het aantal uren zonneschijn ook niet meteen spectaculair hoog.

Geen reden dus tot paniek. Ook in 1996, 1997, 1999 en 2001 waren er mini-ozongaten boven Europa. De laatste waarnemingen (met schitterende satellietbeelden) staan op http://www.temis.nl/protocols/O3global.html




Terug naar vorige pagina