(28 december 2006)
| 2006 |
11,35 |
| 1989 |
11,258 |
2002 |
11,233 |
1990 |
11,208 |
2000 |
11,183 |
2003 |
11,158 |
1999 |
11,133 |
1994 |
11,108 |
1995 |
11,083 |
1997 |
11,058 |
2001 |
11,033 |
2005 |
11,025 |
2004 |
11,008 |
Het jaar 2006 wordt voor Ukkel het warmste jaar sinds het begin van de waarnemingen in 1833.
Het record is des te opmerkelijker omdat de winter van 2006 wat kouder was dan
een gemiddelde winter. De lente scoorde ook niet bijster hoog. Maar juli 2006
was de warmste maand ooit. En ook de herfst van 2006 verliep recordwarm. En daarvan
zien we nu nog de gevolgen in de natuur.
De klimaatfilm van Al Gore kon voor België op geen beter moment uitkomen...
Wereldwijd haalt 2006 voorlopig de zesde plaats. Het warmste jaar voor de planeet
aarde was 1998. Daarna komen 2005, 2002, 2003, 2004 en nu dus 2006. In vergelijking
met de periode 1961-1990 was de aarde in 2006 ongeveer 0,42 graden warmer. In
het topjaar 1998 was de aarde 0,52 graden warmer.
Op zich is een warm jaar voor België, voor Europa of voor de wereld geen bewijs van het versterkte (menselijke) broeikaseffect. Maar 2006 staat dus niet alleen. We zien duidelijk dat de laatste jaren gemiddeld gesproken allemaal warm tot zeer warm waren. En dat is geen toeval.
Hoe komt het dat zelfs voor de aarde de stijging niet continu gaat? Naast de menselijke
factor zijn er ook een heleboel natuurlijke factoren die de wereldtemperatuur
beïnvloeden: vulkaanuitbarstingen, verhoogde zonneactiviteit, ...
Ook een effect als El Niño weegt op de jaarlijkse wereldtemperatuur.
De kans dat 2007 ook een warm jaar wordt, is dus groot. Tenzij een grote vulkaanuitbarsting à la Pinatubo (letterlijk) roet in het eten komt gooien.
(2 november 2006)
Na de superzachte maanden september en oktober is het duidelijk dat de weerkundige herfst in zijn geheel zeker ook niet slecht zal scoren in de tabellen. Het kan natuurlijk nog alle kanten op met de maand november. Maar zelfs als we qua temperatuur een "normale" november krijgen (met een gemiddelde temperatuur van 6,1 graden), dan nog zal de herfst 2006 het record van warmste herfst ooit moeiteloos halen. En het vorige record van warmste herfst ooit dateert van 2005.
Het hele jaar 2006 wordt trouwens ook weer een warm jaar. Als november en december temperatuurgewijs normaal scoren, bereken ik een gemiddelde jaartemperatuur van 10,9 graden. Dan vallen we net uit de top tien van warmste jaren ooit, vooral omdat de eerste drie maanden van het jaar nogal koud waren. Maar als november en december 2006 zeer zacht zouden verlopen (telkens zo'n 2,5 graden boven het gemiddelde), dan evenaren we het jaarrecord van 1989.
Let wel: dit is pure statistiek. Er is nog niks gebeurd. November en december kunnen nog alle kanten uit. Of, om het met een spreuk van één van mijn leraren wiskunde te zeggen: "Als ons kat een koe was, kon je ze melken onder de stoof".
(24 augustus 2006)
| aug 1912 |
104 uur |
| aug 1963 |
107 uur |
aug 1968 |
122 uur |
aug 1896 |
132 uur |
aug 1931 |
132 uur |
Na de ongelooflijke maand juli 2006 is ook augustus 2006 op weg naar recordwaarden.
Maar in tegenstelling tot wat velen dachten, is augustus geen voortzetting geworden
van het zonnige zomerweer. Het contrast met de maand juli is fenomenaal.
In Ukkel heeft de zon tot nu toe minder dan 70 uur geschenen. Vergelijk dat
in het tabelletje hiernaast met de somberste augustusmaanden ooit (sinds het
begin van de zonneschijnduurmetingen in 1887). De kans is reëel dat augustus
2006 de klimatologische geschiedenis ingaat als somberste augustusmaand ooit.
Na de zonnige maand juni en de superzonnige maand juli is dat een afknapper
van formaat. Mensen die in augustus 2006 met vakantie gingen, hebben het geweten...
| aug 1996 |
231 mm |
| aug 1850 |
197 mm |
aug 1992 |
181 mm |
aug 2002 |
172 mm |
aug 2006 |
170 mm |
aug 1912 |
163 mm |
Ook de neerslaghoeveelheid is erg groot. Hiernaast vind je een tabel met de
natste augustusmaanden ooit. Augustus 2006 prijkt voorlopig op de vijfde plaats.
Voorlopig, want ondertussen heeft de Ukkelse pluviometer al weer nieuwe regen
moeten slikken.
Het record van 1996 is niet alleen een maandrecord voor augustus, het is ook de
natste maand ooit sinds het begin van de waarnemingen in 1833. Het is op dit ogenblik
nog onzeker of dat record zal sneuvelen. Maar dat er deze maand ongelooflijk veel
water is gevallen, staat als een paal boven water.
Augustus 2006 zal qua temperatuur net onder het gemiddelde scoren. In vergelijking met de topmaand juli 2006 verliezen we ongeveer 6 graden.
De weerkundige zomer in zijn geheel (juni, juli en augustus) zal uiteindelijk geen records opleveren. Voorlopige berekeningen geven aan dat de zomer 2006 zal stranden op de derde of vierde plaats van warmste zomers ooit. De warmste zomer ooit blijft die van 2003, gevolgd door die van 1976. De strijd om de derde plaats wordt gevoerd met de zomer van 1947.
(22 augustus
2006) Het internet is natuurlijk een ongelooflijke informatiebron, maar je moet
toch altijd voorzichtig zijn. Op het internet circuleren immers ook heel wat
valse geruchten en foute berichten. Zo'n cowboyverhaal noemt men een hoax. Het
is niet alleen slechte informatie, het vreet bovendien een heleboel bandbreedte
weg en in het slechtste geval krijg je er nog een lelijk virus bovenop.
Dezer dagen circuleert volop de Mars-hoax. De planeet Mars zou eind augustus
ongelooflijk dicht bij de aarde staan en schijnbaar zo groot en helder zijn
als de volle maan. Als je goed nadenkt, weet je dat dit niet kan. Maar een heleboel
mensen trappen toch in de val. Ik moet ze teleurstellen. Mars was op 27 augustus
2003 inderdaad erg helder en stond toen "dichtbij" de aarde
( een slordige 56.000.000 km). Het bericht dat nu circuleert; suggereert dat
eind augustus
2006 de planeet Mars de aarde nadert. En dat
is dus niet het geval.
Ook eind augustus
2005 circuleerde de Mars-hoax. En ik durf
nu al voorspellen dat we in augustus
2007 een www-aanval van
Mars-gekte zullen krijgen.
In de Hemelkalender 2006 kan je lezen dat Mars eind augustus 2006 zo'n 380.000.000
km van de aarde staat. Vanuit de aarde gezien is dat ongeveer aan de "andere"
kant van de zon. Mars is dezer dagen dus NIET zichtbaar. Punt, amen en uit.
Meer informatie:
http://science.nasa.gov/headlines/y2005/07jul_marshoax.htm
http://skytonight.com/news/home/3523496.html
(14 augustus
2006) Wat een verschil met juli 2006! Na de recordwarme maand is het nu tijd voor de ontnuchtering. Tijdens de eerste twee weken van augustus viel er in Ukkel al 113 mm neerslag, meer dan in de maanden juni en juli 2006 samen. Augustus 2006 wordt dus een erg natte maand. Maar voor het record van natste augustusmaand ooit is het nog veel te vroeg. Dat staat op naam van augustus 1996 met 231,2 mm.
(21 juli
2006) De hittegolf die in het centrum van het land is begonnen op zaterdag 15 juli heeft alles in zich om uit te groeien tot een hele grote. De vergelijking met de gigantische hittegolf van juni-juli 1976 ligt voor de hand.
Het is nu zeker dat het temperatuurrecord van de maand juli voor de bijl gaat.
Dat record stond op naam van juli 1994, met een gemiddelde maximumtemperatuur
van 26,7 graden, een gemiddelde temperatuur van 21,8 graden en een gemiddelde
minimumtemperatuur van 16,4 graden. Vooral de gemiddelde maximumtemperatuur
van juli 2006 zal enorm hoog zijn.
Ondertussen heeft Kiev zijn zomerprognose helemaal bijgesteld. Ze hadden een vrij warme en erg natte zomer voorspeld, nu wordt het plots een uiterst hete zomer met een hoge vochtigheidsgraad. Tja, zo kan ik het ook natuurlijk. Lees verder en oordeel zelf ;-)
(12 juni
2006) Net nu verschijnt een zomerprognose van de universiteit van Kiev, "
één
van de meest gereputeerde instellingen ter wereld op het gebied van langetermijnvoorspellingen",
dixit de media.
"
Voor de periode van 15 juni tot 15 juli voorspellen ze gemiddeld 23 graden,
twee graden meer dan normaal, en 20 procent meer regen. Ook voor 15 juli tot
15 augustus voorspellen ze 23 graden, één meer dan het normale gemiddelde, en
toch ook weer iets meer regen, 15 procent. Tot half september volgt dan een
periode met gemiddeld 22 graden (normaal: 20,5), maar dan dreigt zelfs een kwart
meer neerslag te vallen dan in een gemiddeld jaar."
Op zich is er niets buitengewoons aan het voorspellen van een zwoele en natte
zomer. Wie de statistieken een beetje kent, weet dat sinds 1987 het kwik hoog
scoort. Daar is zelfs een term voor bedacht: het (menselijk) broeikaseffect.
Maar in bovenstaande prognose wordt een loopje genomen met de waarheid. Zo bedraagt
de gemiddelde temperatuur in juli in Ukkel 17,1°C. Met een gemiddelde van 23
graden zit je daar geen twee maar wel zes graden boven. Waarschijnlijk wordt
met die 23 graden een soort Europees gemiddelde bedoeld. Maar dat hoeft daarom
niet van toepassing te zijn op een klein gebied als België. Het is in elk geval
zo dat er nooit een zomer is geweest waarvoor in Ukkel de gemiddelde temperatuur
20 graden bedroeg, laat staan 23 graden...
Vorig jaar ging de "gereputeerde instelling" helemaal in de fout. In een krantenartikel
van 25 juni 2005 werd beweerd dat de zomer van 2005 nog heter zou worden dan
die van 2003. Vooral de periode tussen 15 juli en 15 augustus 2005 zou superheet
worden. Niks van aan dus. De eerste tien dagen van augustus 2005 waren in werkelijkheid
zelfs meer dan 2 graden frisser dan het gemiddelde. De zomer van 2005 scoorde
in totaal twee graden lager dan die van 2003.
Was de voorspelling van Kiev in 2004 beter? Helemaal niet. Kiev berekende een
droge maand juli 2004. In werkelijkheid was juli 2004 in Ukkel erg nat. Juli
zou volgens onze gereputeerde instelling twee graden warmer zijn dan normaal.
Klopt absoluut niet, in juli 2004 deed het kwik niks spectaculairs.
Op zich allemaal niks ergs. In de nieuwsflash hieronder lees je waarom langetermijnvoorspellen
erg moeilijk is, om het voorzichtig uit te drukken. Met toeval, teerlingen en
een beetje kennis van de klimatologie kan je zelf ook weerprofeet spelen en
af en toe scoren met een goede prognose. Maar wat mij tegen de borst stuit,
is het feit dat zowel in 2005 als nu ook in 2006 in de krantenartikels wordt
verwezen naar de goede resultaten die Kiev de voorbije jaren boekte. Dat is
dus niet juist.
(9 juni 2006)
Wordt het een hete zomer? (
dit artikel schreef ik op 8 juni 2006 voor de
krant "De Morgen")
Vroeger was het eenvoudig. Armand Pien wist wat voor weer het de volgende dag
zou worden. En als zijn voorspelling niet klopte, kon je nog altijd enkele weerspreuken
bovenhalen en zelf weerman spelen. Het weer deed uiteindelijk zijn eigen zin,
en iedereen schikte zich er naar.
Vandaag is dat helemaal anders. Bij de eerste schuchtere zonnestralen van de
lente wil iedereen onmiddellijk weten wat voor zomer we gaan krijgen. En aangezien
de vraag erg groot is, zijn er elk jaar dan ook een heleboel seizoensprognoses,
soms heel algemeen, soms ook heel gedetailleerd. Het werk van weerprofeten?
Of kan je wel degelijk een seizoen voorspellen?
Seizoensverwachtingen zijn in feite niets anders dan een heleboel weerberichten
die worden samengevoegd. Met de huidige supercomputers kan je de toestand van
de atmosfeer uitrekenen voor morgen, voor overmorgen, voor de volgende week,
ja zelfs voor de volgende maanden. Het ziet er allemaal griezelig perfect uit,
met heel kleurrijke kaartjes en digitale perfectie, maar natuurlijk zijn er
grenzen. We merken dat heel kleine onzekerheden in het weer na pakweg een week
dikwijls uitmonden in weersituaties die compleet fout zijn. Chaos is al helemaal
troef na twee weken. Twee simulaties met verschillende computermodellen leveren
voor de volgende dag meestal een heel gelijklopende weerprognose. Maar na een
week is de onzekerheid zo groot geworden dat de ene weercomputer je een gigantische
storm voorspelt, terwijl je volgens de andere de hele nacht terrasjes kan doen.
Het is dus geen goed idee om een computer op een dag individueel te laten doorrekenen
hoe de zomer er moet uitzien. Maar we zijn slim. En dus laten we gedurende veertien
dagen die computer de toestand van de atmosfeer becijferen voor het volgende
seizoen. Bedoeling is om na te gaan of er geen algemene trend zit in al de gegevens
die we op die manier bekomen. Stel dat we de hele maand mei elke dag opnieuw
de computer hebben laten doorrekenen hoe het weer er zal uitzien in juni, juli
en augustus, dan kan dat misschien interessante resultaten opleveren. Als alle
prognoses wijzen in de richting van een warme en droge zomer, dan is dat misschien
wel zo.
En dus zijn we de voorbije jaren bedolven onder allerlei voorspellingen gedaan
met supercomputers en geavanceerde weermodellen die rekening hielden met oceaantemperaturen,
luchtstromingen op grote hoogte, ... Het resultaat? Veel kaf, weinig koren.
Elk jaar was er wel een professor die met zijn prognose de nagel op de kop sloeg.
Maar elk jaar was het een ander computermodel dat de juiste seizoensvoorspelling
deed. Elk jaar verscheen een andere geleerde op televisie om zijn grote gelijk
uit te schreeuwen. Vergelijk het met de lotto. Er is altijd iemand die wint,
maar het is altijd iemand anders.
Bovendien moet je erg voorzichtig zijn met het interpreteren van seizoenvoorspellingen.
Stel dat het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts voor Europa
een warme en natte zomer verwacht. Op het eerste zicht lijkt dat belangrijk
nieuws en het zal dan ook zeker de media halen. Maar wat is de waarde van zo'n
bericht? De warme Europese zomer geldt immers voor een grote regio, van Dublin
tot Ankara, van Helsinki tot Sevilla. De computer doet een uitspraak voor dit
hele gebied. Probleem is dat we niet weten of de grote hitte zich zal concentreren
in de Balkan, in de Lage Landen, in het noorden van Scandinavië of in Spanje.
Het is dus best mogelijk dat op het eind van het seizoen de Europese zomerprognose
juist was, maar dat we daar in Vlaanderen niets hebben van gemerkt.
Een voorbeeld. Eind vorig jaar waren er alarmerende berichten over de Siberische
winter die hier zou toeslaan. Sommigen maakten zelfs al vergelijkingen met de
gruwelijk koude februarimaand van 1956, toen de gemiddelde temperatuur in Ukkel
MIN 6 graden bedroeg en het economisch leven grotendeels stilviel. En kijk, de
winter haalde inderdaad fors uit in Oost-Europa, met honderden vriesdoden en
spectaculaire tv-beelden. Zelfs in België lag de gemiddelde wintertemperatuur
iets onder de normale waarde. Maar ik denk niet dat je de winter van 2005/2006
kon vergelijken met die van 1962/1963...
Dat is dan ook het nadeel van een seizoensvoorspelling: ze is erg algemeen,
zowel in tijd als in plaats. Het kan best zijn dat de statistiek het bij het
rechte eind heeft. Maar als individuele weergebruiker ben je met een seizoensvoorspelling
echt niet veel. En dat geldt zeker voor prognoses die zomerse neerslaghoeveelheden
voorspellen. In de zomermaanden valt de neerslag meestal in de vorm van buien:
op bepaalde plaatsen regent het pijpenstelen, terwijl elders er geen wolkje
aan de lucht is. Eén welgemikt onweer kan het verschil maken tussen een droge
en een natte zomer. Je hebt het ongetwijfeld zelf ook al meegemaakt: een heerlijke
zomerse zonovergoten dag, en 's avonds zie je in het journaal beelden van ellendige
wateroverlast en grote hagelstenen. Zomer in België.
Toch krijgen weermensen elk jaar opnieuw de vraag "wat voor zomer we nu gaan
krijgen". Als we dan heel voorzichtig aangeven dat je daar in feite geen antwoord
op kan geven, volgt er hoongelach en ongeloof. Was er niet die Duitser die vorig
jaar had gezegd dat het een warme zomer zou worden? Waarvoor hebben jullie dan
al die computers? Wat hangen die satellieten daar boven dan te doen?
Ik denk dat hier wat nederigheid op zijn plaats is. Natuurlijk maakt de wetenschap
vorderingen. Ja, we kunnen nu beter dan pakweg twintig jaar geleden een weersverandering
aankondigen. Ja, we kunnen (vooral voor de tropen) soms heel algemene prognoses
maken voor enkele maanden. Maar tegelijk besef ik maar al te goed dat we nog
een hele weg moeten afleggen. De natuur blijft altijd verbazen. Weersystemen
zijn zo ongelooflijk complex dat zelfs de krachtigste computers tilt slaan.
Persoonlijk ben ik al blij als we in een stabiele situatie het Belgische weer
zo'n tien dagen vooraf kunnen inschatten. Verder kijken in de toekomst is nog
niet voor (de) morgen.
(30
mei 2006) Iedereen klaagt over de voorbije maand mei, maar de cijfers van de klimatologie zeggen toch iets anders. We zijn namelijk vergeten dat de eerste helft van mei ontzettend warm is geweest. Zelfs met de koude van de laatste dagen zal mei 2006 in de weergeschiedenis verdwijnen als een warme maand. Is dit het wetenschappelijke bewijs dat mensen meer klagen dan vroeger?
Toegegeven, de andere weerelementen van mei 2006 waren minder rooskleurig. Het heeft veel geregend, al is de regenhoeveelheid (door de buien) zeer ongelijk verdeeld over het land. De zon scheen minder vaak dan tijdens een normale meimaand. Het aantal dagen met onweer was bijna dubbel zo groot als gewoonlijk. In mei 2006 heeft het ook wat harder gewaaid dan op een gemiddelde meimaand.
(4
mei 2006) Interessant artikel in Nature, waarin gesteld wordt dat de ozonconcentraties
in de hogere atmosfeerlagen ook belangrijke natuurlijke fluctuaties vertonen.
Elisabeth Weatherhead van de Universiteit van Boulder en Signe Bech Andersen
van het Deens Meteorologisch Instituut wijzen op het belang van de zonneactiviteit
en van vulkaanuitbarstingen.
Het ozongat boven Antarctica werd rond 1975 ontdekt door
drie geologen van de British Antarctic Survey. Men weet niet of er tevoren al
een ozongat was. Met het Protocol van Montreal hebben alle landen in 1987 paal
en perk gesteld aan de aanmaak van CFKs (chloorfluorkoolwaterstoffen), gassen
die de ozonlaag aantasten. Bron:
http://www.nature.com/nature/journal/v441/n7089/abs/nature04746.html
(14 maart
2006) De nachtelijke winterkou van de laatste dagen was toch wel uitzonderlijk.
In de vroege ochtend van 13 maart ging het kwik naar MIN 5 in Koksijde en Melle,
MIN 6 in Deurne, Zaventem en Ukkel, MIN 9 in Brasschaat en Kleine Brogel, zelfs
MIN 17 in Elsenborn.
Zijn dit recordwaarden? Dat is moeilijk te zeggen. Je kan de maart-records
van begin maart immers niet vergelijken met de temperaturen van midden maart.
Elke dag schijnt de zon immers langer en komt ze hoger aan de hemel. Tussen
1 en 13 maart zit er op die manier een verschil van 47 minuten zonlicht. Je
kan geen appelen met citroenen vergelijken.
Bovendien zijn temperatuurmetingen erg lokaal. Het is perfect mogelijk dat er
in twee thermometerhutten op 10 meter van mekaar een temperatuurverschil van
meer dan 1 graad is.
En tenslotte veranderen ook de omgevingsfactoren enorm. Als in de omgeving van
een thermometerhut gebouwd wordt, of er sneuvelt een bomenrij, dan heeft dat
een duidelijke invloed op de temperatuur.
Daarom is het vrijwel onmogelijk om temperatuurgegevens snel met mekaar te vergelijken.
Het opmaken van een top drie van de laagste minima ooit in maart is daarom een
hachelijke zaak. Beter lijkt het me om het algemeen te houden, en te zeggen
dat er op 13 maart 2006 uitzonderlijk lage temperaturen werden genoteerd, die
behoren bij de laagste ooit voor deze tijd van het jaar.
(1 maart
2006) Januari 2006 was een uiterst zonnige maand (97 uur zonneschijn, iets wat
maar elke 30 jaar voorkomt), maar in februari kregen we de rekening gepresenteerd.
De zon scheen net geen 30 uur, een record.
Normaal hebben we in februari recht op 73 uur zonneschijn. Het vorige record
dateert van februari 1966 en februari 1923, 35 uur op een hele maand.
Voorts is het opvallend dat na januari nu ook februari iets te koud uitviel.
De weerkundige winter in zijn geheel was daardoor ook aan de koude kant. Na
alle zachte winters van de voorbije jaren is dat toch wel even wennen.
(29 januari
2006) Sinds enkele dagen is de lucht sterk vervuild met fijne stofdeeltjes.
Die fijne stofdeeltjes (kleiner dan een honderdste van een millimeter) komen
uit Duitsland en Oost-Europa en worden met een oostelijke luchtstroming naar
onze streken gebracht. Ook wij produceren met onze auto's, fabrieken en klassieke
energiecentrales heel wat stofdeeltjes.
De fijne stofdeeltjes zitten gevangen onder een inversie, een bel koude lucht
die als het ware aan de grond plakt en die heel stabiel is. In de Ardennen worden
dezer dagen hogere temperaturen gemeten dan in Vlaanderen. Zolang de inversie
stand houdt, is de kwaliteit van de lucht dus slecht. Buiten maar ook binnen,
er is niks aan te doen.
Tenzij... we minder de auto gebruiken, niet zo snel rijden, minder hard optrekken
met de auto, de verwarmingsinstallatie laten nakijken, minder warm stoken, enz.
Die maatregelen kunnen helpen, indien ze het hele jaar door worden toegepast
in heel Europa, en beter nog, in de hele wereld. Meer info:
http://www.ircel.be en bij
http://www.vmm.be
Inversies en dus ook wintersmog komen elk jaar voor. Van 1990 tot 2005 telde ik
15 dergelijke periodes. Ook vroeger was er wintersmog. Waarschijnlijk nog veel
erger dan nu, maar we hadden er geen metingen van, en vanuit de media was er veel
minder belangstelling voor het fenomeen. In december 1930 was er in het Waalse
Seraing een verschrikkelijke wintersmog die 60 mensenlevens eiste. Sindsdien is
de situatie lokaal fel verbeterd, maar omdat het weer geen grenzen heeft, worden
nu geconfronteerd met vervuiling vanuit heel Europa, ja zelfs vanuit de hele wereld.
(19 januari
2006) Een mini-ozongat boven België? Het was even wereldnieuws in Vlaanderen.
In de stratosfeer (op een hoogte van pakweg 20 km) werd een temperatuur gemeten
van ongeveer MIN 85 graden Celsius. Bij zo'n lage temperaturen is er op die hoogte
veel minder ozon aanwezig. Die ozonlaag werkt als een filter, die de gevaarlijke
UV-stralen van de zon tegenhoudt. Maar er is geen reden tot bezorgdheid. De
UV-index is in de wintermaanden erg laag, ook al omdat de zon dicht bij de horizon
blijft. 's Winters wordt er in België niet meteen veel gezonnebaad. En deze
tijd van het jaar is het aantal uren zonneschijn ook niet meteen spectaculair
hoog.
Geen reden dus tot paniek. Ook in 1996, 1997, 1999 en 2001 waren er mini-ozongaten
boven Europa. De laatste waarnemingen (met schitterende satellietbeelden) staan
op
http://www.temis.nl/protocols/O3global.html
Terug naar vorige pagina