Koolstofdioxide is een gas. Dat kan je toch niet wegen?
Materie kan in vier fasen voorkomen: vast, vloeibaar, gasvormig en plasma. De eerste drie fasen kennen we uit het dagelijkse leven. Neem bvb. water: dat is ijs (vast), vloeistof of gas (waterdamp).

Van koolstofdioxide kennen we de gasfase maar ook de vaste fase is velen niet onbekend. Het is het fameuze "droge ijs". Maar om de concentratie aan koolstofdioxide in de atmosfeer te meten, is het onverstandig om er eerst droog ijs van te maken. We kunnen de hoeveelheid koolstofdioxide in de dampkring meten met behulp van een spectroscoop. Dat levert ons de concentratie (in deeltjes per miljoen - ppm). Uit de scheikunde weten we hoeveel één koolstofdioxide-deeltje weegt, en dan is de berekening gauw gemaakt.

Sinds de industriële revolutie is de concentratie aan koolstofdioxide geleidelijk gestegen, van 280 ppm tot 377 ppm. Omdat koolstofdioxide een broeikasgas is dat de warmte als het ware vasthoudt, moet de concentratie naar omlaag. En precies daarom heeft de Europese Commissie aan België gevraagd om tussen 2008 en 2012 jaarlijks niet meer dan 58,8 miljoen ton koolstofdioxide in de atmosfeer te pompen.

Enkele voorbeelden. Een dieselauto die 10.000 km per jaar rijdt, brengt ongeveer 1,5 ton koolstofdioxide in de lucht. Het verbranden van 2000 liter stookolie veroorzaakt ongeveer 5 ton koolstofdioxide.


Nog andere vragen?