Hoe groot kunnen regendruppels worden?


Regendruppels bestaan in alle maten en gewichten. Wolken bestaan uit zeer kleine druppeltjes. Dat kan je zelf vaststellen als je 's nachts in tegenlicht naar de mist kijkt. Mist is niets anders dan bewolking die bij de grond hangt. Je ziet dan ontelbaar veel kleine druppeltjes, een speldenprik groot, die in de lucht zweven.

Sommige wolken bestaan uit ijskristallen. Die ijskristallen kunnen aangroeien en zwaarder worden. Door hun eigen gewicht vallen ze naar beneden als sneeuw of als kleine ijskorreltjes. Pas op het eind van hun tocht (in de onderste luchtlagen) smelten ze en krijgen we doodgewone regen.

Bij een ander regenproces gaan heel fijne druppeltjes samenklitten en zo een grotere druppel vormen. Die druppels begint dan door de wolken heen te vallen en rapen zo nog veel meer druppeltjes op. Dat proces noemen we coalescentie. Een typische regendruppel heeft een volume van meer dan één miljoen wolkendruppeltjes.

Bij motregen zijn de druppels heel klein, minder dan een halve millimeter diameter. Het gaat dan om kleine, bijna bolvormige druppeltjes. Grotere regendruppels (tot ongeveer 6 mm) ondervinden meer en meer hinder van de luchtweerstand. Daardoor zullen grote regendruppels vervormen en afgeplat worden aan de onderkant.

Druppels van meer dan 6 mm hebben een snelheid van meer dan 30 km/h. Daardoor is de luchtweerstand erg fel. Gevolg: de druppel zal uiteenspatten in kleinere druppels.


Nog andere vragen?