Welke zijn de warmste dagen ooit waargenomen in Ukkel?
Een eenvoudige vraag... maar het antwoord is complex.


Dat komt omdat de waarnemingsinstrumenten zijn veranderd. De waarnemingsmethodes van de 21e eeuw zijn ook niet meer dezelfde als die van de 19e eeuw. En de waarnemingsomgeving is ook helemaal veranderd.


Al die wijzigende omstandigheden maken het heel moeilijk om een eenvoudig lijstje op te stellen. Je zal in de media dan ook verschillende antwoorden vinden.


WIJZIGENDE WAARNEMINGSOMSTANDIGHEDEN

In 1886 is het waarnemingstation verplaatst van Sint-Joost-ten-Node naar Ukkel. De waarnemingen van 1883 tot 1885 zijn dus in feite gebeurd op een andere plaats.


Van 1833 tot 1877 hingen de thermometers aan de noordkant van de sterrenwacht op een hoogte van 3,3 meter en dus niet in goed geventileerde thermometerhutten.


Bovendien is de Brusselse agglomeratie sinds 1833 ontzettend gegroeid. Brussel is nu een hitte-eiland dat (vooral 's nachts) de warmte veel langer vasthoudt. Een recente studie van het klimaat in Ukkel schat dat tussen 1960 en 1999 het zomerse stadseffect goed was voor een stijging van 0,25░C.


ANDERE WAARNEMINGSINSTRUMENTEN

De thermometers van de 19e eeuw hadden maar een nauwkeurigheid van 0,4░C. Pas in de 20e eeuw hebben de thermometers een nauwkeurigheid gekregen van 0,1░C. Om die reden zijn alle daggegevens van de 19e eeuw dus redelijk onnauwkeurig.


Let wel: als je de maandgemiddelden maakt voor de temperatuurgegevens van de 19e eeuw, stijgt de nauwkeurigheid. De maand- en jaargemiddelden van de 19e eeuw zijn dus wel nauwkeurig.


ANDERE WAARNEMINGSMETHODE

In juni 1983 is men in Ukkel overgeschakeld van open naar gesloten thermometerhutten. In eerste instantie werden er correctiefactoren berekend voor de maandelijkse gemiddelden die met een open thermometerhut waren verricht. Die correctiefactoren werden vervolgens toegepast niet alleen op alle maandgemiddelden van voor juni 1983, maar ook op de individuele dagwaarnemingen van voor juni 1983.


In 2015 heeft men de correctiefactoren voor omrekening van open naar gesloten thermometerhut verfijnd. Zo werd er rekening gehouden met het al dan niet schijnen van de zon op een bepaalde dag. Indirecte zonnestraling bleek immers de hoogste maximumtemperaturen (tijdens zeer zonnige zomerdagen) vrij aanzienlijk te be´nvloeden.


Bijkomende moeilijkheid is dat er een verschil is tussen de synoptische waarnemingen en de klimatologische waarnemingen.
Bij synoptische waarnemingen wordt de maximumtemperatuur berekend uit waarden die uitgemiddeld worden over een tijdspanne van een minuut. Een klimatologische maximumtemperatuur wordt bepaald over een tijdsinterval van tien minuten, om atmosferische turbulentie te verminderen. De klimatologische maximumtemperatuur ligt meestal enkele tienden van een graad lager dan de synoptische maximumtemperatuur.



Het resultaat van dat alles is dus complex.


De dagelijkse temperatuurmetingen verricht in de 19e eeuw komen niet meer in aanmerking om in opgenomen te worden in allerlei lijstjes.


De waarnemingen van januari 1901 tot en met mei 1983 moeten complexe correctiefactoren ondergaan. Neem bvb. de schroeihete maximumtemperatuur van 27 juni 1947. In open thermometerhut bedroeg de maximumtemperatuur 38,8░C. Als je daar de maandelijkse correctiefactor op toepast om over te gaan naar een gesloten thermometerhut, bekom je een temperatuur van 37,4░C. En als je (met de meest moderne inzichten) reduceert voor onrechtstreekse instraling van de zon, bekom je 36,6░C.


Het lijstje met de hoogste maximumtemperaturen van Ukkel moet je dus heel, heel voorzichtig interpreteren. Ik heb het al vaker geschreven...









Nog andere vragen?

Statistieken:
Online: 32
Vandaag: 2.187
Laatste week: 16.990
Pagina's: 24.124.309
sinds 15 aug 2010